Respecteier dien taal 15 verkeer=verkeier? (slot)

Inleiding

In onze vorige columns hebben we gesproken over de bekende Sittardse Diftongering (S.D.) en ook over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan.

Vatten we het geheel nog eens kort samen:

  1. alleen de lange klinkers ee-ee-eu kunnen diftongeren, dat wel zeggen: een tweeklank (=diftong) worden en wel ei-ou-ui;
  2. dit is alleen mogelijk als er sprake is van een stoottoon. Een voorbeeld: veer (4) heeft een stoottoon en kan diftongeren tot veier, maar veer (wij) heeft een sleeptoon en kan dat dus niet: het blijft gewoon veer.

Wel/geen diftongering?
Nu blijkt die diftongeringsregel in het Sittards toch heel wat complexer te zijn. Er is immers sprake van een merkwaardig probleem: er zijn nogal wat woorden die aan alle voorwaarden voldoen en die toch niet kunnen diftongeren.

Zetten we eens een aantal gevallen op een rij (Let wel: het zijn alle de bekende klinkers met stoottoon!)

Schermafbeelding 2015-07-15 om 10.39.52

Nog enkele voorbeelden: peut (poten), fees, heer, boon, groot, geweun, heure. Deze groep is overigens groter dan men wellicht denkt. Probeer het maar eens: zoek woorden in het Sittards die

1. een ee-oo-eu als klinker hebben, die
2. bovendien ook nog een stoottoon hebben en
3. toch niet diftongeren!

Verklaring
Hoe kan dat nou? Dezelfde voorwaarden en toch geen diftongering?? Het probleem zit in “dezelfde voorwaarden”. Natuurlijk, in al die gevallen is er sprake van stoottoon. Het probleem zit in de klanken ee-oo-eu van groep A. en ee-oo-eu van groep B. Ogenschijnlijk zijn deze klinkers gelijk, maar in werkelijkheid verschillen de klinkers van groep A. en B. van elkaar. Voor ons taalgevoel zijn ze gelijk, samengevallen, maar taalhistorisch gezien hebben ze een totaal andere achtergrond en ontwikkeling. Dus de ee van groep A. is in feite niet identiek aan de ee van groep B. Eenzelfde redenering geldt uiteraard voor de oo en de eu.
Het zou in het kader van deze columns te ver gaan hier nader op in te gaan: die taalhistorische context is bijzonder ingewikkeld! Wellicht kunnen we met een beeld uit de biologie het een en ander verduidelijken.

Taalhistorisch gezien hebben de klinkers uit groep A. andere genen dan die uit groep B, want ze zijn op een andere manier ontstaan en ze hebben zich ook totaal anders ontwikkeld. Het merkwaardige feit doet zich nu voor dat de genen van de klinkers uit groep A. wel diftongering toestaan en die van de klinkers uit groep B. dit juist verhinderen!

Men kan niet anders dan concluderen dat die Sittardse Diftongering in wezen vele malen complexer is dan menigeen denkt. Want uit het bovenstaande kan men nog een extra voorwaarde afleiden: diftongering is alleen mogelijk bij de bekende drie lange klinkers met stoottoon die dan ook nog eens over de “juiste” genen moeten beschikken!!

Wanneer is die S.D. nu ontstaan?

Nu, dat is een interessante vraag waarop niet zo gemakkelijk een antwoord kan worden gegeven. Het is natuurlijk niet zo dat een precies jaartal kan worden aangegeven. Immers, taaleigenschappen hebben geen “geboortedatum”; men kan achteraf slechts constateren dat ze in een bepaalde periode ontstaan moeten zijn en vervolgens zich zodanig ontwikkeld hebben dat ze een (vaste?) plaats in het taaleigen veroverd hebben.

Maar er zijn natuurlijk meer vragen. Bijvoorbeeld: waarom of waardoor ontstaat eigenlijk zo’n nieuwe eigenschap? En waarom blijft die in Limburg beperkt tot Sittard en omliggende plaatsen, en waarom bereikt ze plaatsen als Doenrade, Geleen, Born en Susteren niet???

De S.D. is volgens de grote Sittardse taalkundige Willy Dols (1911-1944) vastgesteld in een geschrift uit 1571. Dat betekent natuurlijk niet dat de S.D. toen ontstaan is. Nee, ze bestond toen al, anders was ze niet in een officiële tekst terecht gekomen. Met redelijke zekerheid kan men aannemen dat deze taaleigenschap ontstaan moet zijn in de 14e eeuw.

De toekomst van de Sittardse Diftongering

Hoewel de S.D. dus al enkele eeuwen oud is, rijst toch de vraag of ze zich in het Sittards een definitief vaste plaats heeft weten te verwerven.

Er zijn namelijk drie factoren die negatief kunnen inwerken op die positie.

a. Zoals reeds is aangetoond, is de S.D. een heel complex taalfenomeen. En juist daarin schuilt de mogelijkheid dat die S.D. minder vastligt dan algemeen wordt aangenomen. Het complexe kan uiteindelijk een barrière gaan vormen die de S.D.-regel ondergraaft.

b. Een tweede factor is het feit dat het huidige Sittard een open gemeenschap is geworden. Dit in tegenstelling tot vroeger toen plaatsen vaak een duidelijke beslotenheid hadden. En het was juist die beslotenheid die ervoor zorgde dat regels, waaronder ook taalkundige, een veel vastere positie innamen. Thans is dat helemaal veranderd: dagelijks komt men veelvuldig in contact met mensen uit andere dialectgebieden. Dat betekent natuurlijk ook dat dialecten door onderlinge communicatie elkaar beïnvloeden, waardoor het typische van de eigen taal sterk onder druk komt te staan. Er zijn taalgeleerden die van mening zijn dat uiteindelijk de dialecten veel algemener worden, waarbij het specifieke vrijwel verloren zal gaan.

c. Er is echter een factor die waarschijnlijk ongemerkt de grootste invloed uitoefent, nl. onze Standaardtaal, het Nederlands (vroeger ook wel het A.B.N. genoemd). Men realiseert zich doorgaans te weinig dat deze taal in woord en geschrift dagelijks via de media constant tot ons komt. Dat zij daarbij grote invloed uitoefenen is niet meer dan logisch. Onze dialecten krijgen een duidelijk Nederlandse klankkleur, terwijl de verwante Duitse grensdialecten langzaam, maar zeker “Duitser” klinken.

Om een willekeurig voorbeeld te noemen: hoe vaak hoort men in de omgangstaal niet spreken over de regering, terwijl regeiering klankwettig juist zou zijn.
Hoe men de zaak ook keert of wendt, taalontwikkeling, d.w.z. verandering, is er altijd geweest en zal ook zeker in de toekomst gebeuren. De maatschappij verandert en daarmee ook de taal in die maatschappij.

F.W.; 10 juli 2015

Bron : sittard-geleennieuws.nl

Lees ook:
SJRIEFWIEZER
Wilt geer gaer goud Zittesj sjrieve, numt dan
kóntak op mit De Willy Dols Stichting, die
hulp uch mit alle plezeier op waeg.

Gaot nao De Sjriefwiezer es ‘t goud Zittesj mót zeen. De Willy Dols Stichting hulp uch gratis op waeg nao ‘n modern Zittesje sjriefwies.

De Sjriefwiezer!
Es ‘t óm de richtige Zittesje sjpelling geit!
De Willy Dols Stichting
Es ‘t óm taal en teks in ‘t Zittesj geit.......

En womit zouwe veer uch kènne helpe ?
Dènk èns aan 'n teks van :
'n trouwkaart
'n gebäörtekaertje
'n gedachtenisprèntje (dodeprèntje)
'n program(-ma) buikske
'ne breif
'n gedich/ 'n leidje
'n verhaol

Höbt geer vraoge euver 't ein of anger, num dan gerös kóntak mit ós op via de e-mail of bel (046) 4517203
Steuntje
Hulp neudig bie 't sjrieve van 'n songtekst, gedich of sms'je in 't Limburgs? Dees basistips kènt me toepasse op de meiste Limburgse dialekte.

Download hie 't Steuntje es PDF »
Deze website is mede gefinancierd door: